Etenskunst

Etenskunst

 

Eten:    (iets) als voedsel tot zich nemen

Kunst:  het creatief en origineel tot uiting brengen van gedachten of gevoelens op vaak ontroerende of      schokkende wijze

 

bron: Van Dale

 

 

door Gwen Teo

 

Als de Italianen één ding kunnen, dan is het wel ontroeren met ongecompliceerdheid aan tafel. Nonchalante slierten spaghetti, in duet met olie, fijngehakte stukjes peterselie en peperoncino rosso, misschien wat tonijn, of hartverwarmende sauzen in diepe, rode tinten die nooit hetzelfde lijken te stralen in mijn Nederlandse keuken. Nimmer overgoten, o nee, stel je voor: dat zou de pasta geen recht doen. Een beetje respect graag. Naturalmente.

 

Mijn mooiste herinneringen aan Italië behelzen dan ook geen glooiende, Toscaanse heuvels of modebewuste luxe, maar lome avonden en nachten vol wijn en spijs. Aan knapperige bruschcetta, aan zorgvuldig met de vingers dichtgedrukte, met precies de juiste hoeveelheid gevulde deegkussentjes, aan de warmte van pizzaovens, aan op de tong smeltende vis, die op miraculeuze wijze niets aan stevigheid heeft ingeboet, aan zelfgemaakte limoncello (in de perfecte verhouding zuur en zoet) en aan tiramisu, het enige kaasgerecht waar ik telkens weer een licht allergische reactie voor riskeer.

 

De veranda

Jarenlang had ik weinig met Italië. Nooit voelde ik de drang om af te reizen naar het land, dat zo vaak is bejubeld en bezongen. Ja, ik had respect voor de historie, waardering voor de schone kunsten en ik kon niet ontkennen dat het eten lekker was, maar daar hield het dan ook mee op. Als kind uit een horecagezin had ik mogen proeven bij enkele van de betere Italiaanse restaurants in en rond ons koude kikkerlandje en was telkens uiterst tevreden huiswaarts gekeerd. Mijn hart bleef echter altijd opvallend stil. In tegenstelling tot mijn moeders hart, dat een halve eeuw geleden al was gevallen voor de beroemde Italiaanse charmes. Als zeventienjarige au pair was ze het avontuur aangegaan en had ze met een welgesteld gezin tijd doorgebracht bij het meer van Varese. De bekoring had in de verhalen later duidelijk doorgeklonken. Ik was daarentegen de twintig al ruim gepasseerd toen ik voor het eerst voet op Italiaanse bodem zette. Het vooruitzicht van een verblijf bij familie van een dierbare had weliswaar semi-aantrekkelijk geklonken, maar de reis daadwerkelijk ondernemen had toch ook enige innerlijke overredingskracht gekost. Twijfels die abrupt werden weggevaagd door de hobbelige weg in het boerendorpje die naar een schitterend veld vol olijfbomen leidde en een prachtige laan; de toegangspoort tot een heerlijk huis, omringd door bomen, terracottapotten vol bloemen in duizend kleuren en bergen in de verte. Aan die lange tafel op de grote veranda, die het huis innig leek te omarmen, koester ik de eerste warme herinneringen aan la bella Italia.

 

Glorie

Het was tijdens die vakantie dat ik de glorie van eten in een schuur ontdekte. Ik weet nog precies dat ik me afvroeg of in de buurt van die armoedige, houten constructie het restaurant was gevestigd waar we ons die middag te goed zouden doen aan nieuwe smaken, en dus tuurde ik verbeten om me heen. Om niets dat aan de verwachtingen voldeed te ontwaren. Aarzelend, en beslist enigszins chagrijnig door de bijgestelde verwachtingen, betrad ik de schuur. In de hoeken van de grote, open ruimte hingen oude televisies aan het plafond. Waar in smoezelig witte overhemden gestoken obers naar staarden, zittend op ongemakkelijk ogende stoelen, als pinguïns met de kopjes omhoog. De pinguïns sprongen op voor iedere Italiaanse familie die de schuur betrad om alle leden vervolgens al ratelend en druk gebarend een plek te wijzen op de lange, houten banken. Toen die zo vol waren dat ze het gewicht van de mensen niet meer leken te kunnen dragen, begon het eetfestijn. De ene na de andere metalen schaal verscheen; een overdaad aan antipasti, wel acht pastasoorten, pesci, carni en zoete delicatessen volgden elkaar urenlang op. We laafden ons aan lokale wijnen, die in oneindige voorraden aanwezig leken te zijn, terwijl de Italianen zo nu en dan spontaan in bulderend gezang uitbarstten en elkaar én mij vreugdevol in de armen vielen. De televisieschermen vertoonden ondertussen de nationale voetbalhelden, de pinguïns schroefden het geluid op om niets van hun idolen te missen en wapperden verontwaardigd met hun handen als de prestaties ondermaats waren.

 

Geweldig is in alle opzichten een inferieur woord voor de eetbeleving, daar op het Italiaanse platteland, die zondagnamiddag in Abruzzo. De dravende obers zijn met hun schalen rechtstreeks mijn hart binnen gesneld, om daar een oprechte liefde voor de Italiaanse keuken aan te wakkeren. Ontstaan tussen sobere houten planken, die ik van tevoren nog met enige minachtig had aanschouwd. Het was ongecompliceerd en glorieus. Schokkend en ontroerend. Etenskunst.

 

Lees meer van Gwen;

www.teomedia.nl

Bekijk meer van Gwen;

www.instagram.com/moumisou